Het openbaar bestuur kan wel wat meer transparantie gebruiken

De afgelopen 2 jaar had ik het voorrecht om voorzitter van de BVPA te zijn, de Nederlandse Beroepsvereniging voor Public Affairs. Daarmee was ik ook het boegbeeld van dit prachtige vakgebied en deze beroepsgroep. In die 2 jaar heb ik regelmatig voor groepen en zaaltjes gestaan, interviews gegeven en mediaoptredens gedaan. Met mensen in debat te gaan over lobbyen en public affairs geeft je een ontnuchterende kijk op enerzijds hoe men naar ons vak kijkt en de rol van lobbyisten en public affairs professionals in het publieke debat, maar anderzijds ook de gevoelens die opkomen bij mensen over politiek en overheid. De associaties die derden met ons vak hebben, zijn diep ingesleten. Rondom ons vak hangt iets mystieks, in positieve en negatieve zin, dat mensen boeit en altijd tot sterke observaties en meningen over ons vakgebied leidt. Beeldvorming die hardnekkig is. Zo een dominant beeld dat niet klopt met de werkelijkheid is de idee dat lobbyisten per definitie bij grote bedrijven werken. In de achterban van de BVPA vormen zij slechts een kwart van de leden; veel PA-professionals werken ook bij brancheorganisaties en PA-adviesbureau’s. Juist steeds meer NGO’s en maatschappelijke organisaties en opvallend genoeg ook decentrale overheden (gemeenten en provincies) hebben PA-professionals in dienst; deze 2 laatste categorieën vormen zelfs de grootste groeiers in het vakgebied.

“Drie kwart van de public affairs professionals en lobbyisten in Nederland werkt bij brancheorganisaties, adviesbureaus, overheden, maatschappelijke organisaties  en NGO’s”

 

Mijn stelling is altijd dat verschil in belangen de kern van onze democratie vormt. Elk onderwerp kent verschillende belangen en heeft voor- en tegenstanders. Prima! Dan is er tenminste reden voor debat en kan er met goede feiten en argumenten in de hand door ambtenaren en politici een gefundeerde belangafweging worden gemaakt. Ook de vastgeroeste idee dat geld doorslaggevend zou zijn voor een succesvolle lobby moet vaak ontzenuwd worden. Tal van voorbeelden laten zien dat de gunfactor en het beïnvloeden van de publieke opinie niet onderschat moet worden in de huidige samenleving met zijn hoge mate en snelheid van kennis- en opiniedeling en mobilisatie via (social) media. Zeker in het Nederlandse politieke en bestuurlijke model is geld niet van doorslaggevend belang.

Over het imago van ons vak hoeven we overigens nou ook weer niet te somber te zijn. Het is misschien niet altijd wat we zouden wensen, maar in mijn beleving hangt het imago van public affairs en lobbyen ook sterk samen met hoe de samenleving naar de politiek en de overheid kijkt, en hoe men naar de journalistiek en de media kijkt; met dat werkterrein zijn we nu eenmaal vanuit de aard van ons werk nauw verbonden. We zijn als vakgebied wat betreft imago en reputatie onderdeel van een breder systeem. Recent onderzoek naar imago van instituties van onder meer het CBS en internationaal PR-bureau Edelman laat zien dat het met imago van gevestigde instituties en de politiek niet al te best gesteld is.

Integriteit is in onze samenleving een belangrijke waarde. En over integriteit is in ons land veel te doen. Of dat nu de integriteit van de banken, wetenschappers, woningcorporaties, topbestuurders in de (semi-) publieke sector, de media of van de politiek en politieke partijen zelf is; ook wij als public affairs-mensen, als lobbyisten liggen onder een vergrootglas. Dat zegt niets naar mijn oordeel over de legitimiteit van ons vakgebied, maar zegt veel meer over de heersende maatschappelijke opvattingen. Binnen de BVPA is integriteit een centraal onderwerp, een kernwaarde die bindend en verplichtend wordt onderschreven via het Handvest van de BVPA (onze gedragscode) en waarop we regelmatig actief elkaar aanspreken en met elkaar over in gesprek gaan, en als dat nodig is tuchtrecht toepassen met een degelijke procedure en door een klachtencommissie onder onafhankelijk voorzitterschap. Maar uiteindelijk is integriteit iets van jezelf: het gaat om integer handelen, fatsoen en normbesef en het bewustzijn van je positie en je rol.

“De public affairs beroepsgroep in Nederland heeft al een eigen register en een verplichte gedragscode”

 

Vaak worden wij als beroepsgroep ook aangesproken op transparantie. Wat mij betreft overigens niet waar het in de kern om gaat. We zijn al heel transparant als beroepsgroep, en er is al een register: namelijk de ledenlijst die op onze website staat, en alle leden onderschrijven bindend en verplichtend de gedragscode. En de organisaties, overheden, bedrijven en NGO’s waar BVPA-ers voor werken, hebben in de regel bijna allemaal op hun website wel ergens staan wat hun visie is en wat men nastreeft – een commercieel of ideëel belang. De roep van de politiek om meer transparantie over lobby’s is wat dat betreft naar mijn mening ook vooral de roep in een hol vat als je het mij vraagt. Het echoot lekker, maar het doet niks.

Veel liever zou ik een publiek debat zien over transparant openbaar bestuur. Over:

  • een overheid en een politiek die open en toegankelijk zijn;
  • een luisterende overheid en politiek die open staat voor inbreng van belanghebbenden en deskundigen in een vroeg stadium van beleidsvorming;
  • waarvan de besluitvormingsprocedures, de actoren en stappen daarin inzichtelijk zijn;
  • waar afwegingskaders – ambtelijke helder en transparant zijn en
  • waar burgers en bedrijven het gevoel hebben dat het niet vooral Haagse kunstjes en kippendrift is, punten scoren en media aandacht krijgen, maar dat hun belangen zichtbaar worden meegewogen.

“public affairs-professionals moeten vaak op een gemankeerde manier het tekort aan publiek debat opvullen”

 

Daarmee creëer je veel meer draagvlak en legitimiteit van beleid en politieke besluiten. Ongetwijfeld heeft ook de groei van onze beroepsgroep te maken met het gemis hieraan. Blijkbaar groeit de behoefte bij organisaties, burgers en bedrijven om zelf actief voor eigen belangen op te komen en wordt steeds minder vertrouwd op de bestaande kaders. Ook door de trend van een kleiner wordende overheid en een steeds vluchtiger politiek debat, bestaat veel van ons werk als public affairs-professionals ligt erin dat we – vaak op een gemankeerde manier – het tekort aan publiek debat opvullen. Dat kan en moet anders. Meer transparantie van public affairs helpt daarin, maar is uiteindelijk niet de oplossing, hooguit onderdeel daarvan. De echte oplossing ligt naar mijn mening in transparant openbaar bestuur.

Dit is een bewerkte versie van de afscheidsspeech die ik gaf op 15 januari 2015 in Perscentrum Nieuwspoort in Den Haag ter gelegenheid van de overdracht van het BVPA Voorzitterschap. Deze blog verscheen ook op de website van de BVPA http://www.bvpa.nl